KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

RUNDVEE-INSEMINATIE

EN VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN BIJ KOEIEN

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


De erfelijke afwijking White Heifer Disease.

Bij het insemineren van pinken doet zich soms ook de situatie voor dat men niet met de pistolet in de vagina van het dier kan komen, hoewel er bij het dier geen sprake is van de aanwezigheid van een maagdenvlies. De obstructie blijkt dan in tegenstelling daartoe uit een bindweefselmassa te bestaan, die ter plaatse van het cingulum (de introïtus van de vagina) tot insnoering van de wand heeft geleid. Ook komt het voor dat er in het geheel geen vagina bij het dier aanwezig is, dat de passage van de wel aanwezige vagina niet lukt, of dat de vagina sterk is vernauwd. Dit ondanks het feit dat de pink normaal tochtig blijkt te zijn. Bij palpatie van het gehele geslachtsapparaat, ontdekt men vaak bovendien nog dat het verdere geslachtsapparaat van het dier ook incompleet is. Soms ontbreekt bijvoorbeeld één of meer gedeelten van één, of van beide, baarmoederhoorns. En soms ontbreekt zelfs een van de beide baarmoederhoorns. De baarmoeder bevat dan slechts één normale baarmoederhoorn (uterus unicornus). Terwijl de andere baarmoederhoorn dan slechts rudimentair aanwezig zal zijn. (N.B. Als er sprake is van een uterus unicornus kan dat dus te maken hebben met de afwijking "white heifer disease", maar dat is niet uitsluitend het geval). Deze segmentale uterusaplasie (dit ontbreken van dit deel van het geslachtsapparaat) komt doordat bij de foetale ontwikkeling van het dier, dat betreffende deel van het geslachtsapparaat in onvoldoende mate is ontwikkeld. Dit ten gevolge van een gestoorde ontwikkeling van de buis/buizen van Müller.

Als men dit bij een pink ontdekt, heeft men te maken met de erfelijk afwijking met de Engelse naam White Heifer Disease. Als men die naam naar het Nederlands vertaald kan men spreken van Witte Vaarzenziekte. De reden dat deze afwijking de genoemde Engelse benaming heeft gekregen, is omdat men deze afwijking voor het eerst tegenkwam bij pinken van het met een wit haarkleed bedekte Shorthorn-ras in Engeland. Het bleek bepaald te worden door een recessief overervende genetische factor die verbonden is met het gen voor de witte haarkleur. Deze afwijking komt ook nogal eens voor bij het Belgische Blauwe koeienras. Bij het Holstein-Frisian ras komt het zo nu en dan ook voor, maar deze afwijking is daar wel vrij zeldzaam aanwezig.

Omdat het hier geen ziekte, maar in tegenstelling daartoe, een erfelijke afwijking betreft is de benaming van deze afwijking niet zo correct. Het woord "heifer" is wel correct, want dit wordt in het Engelse taalgebied ongeveer op de zelfde wijze gebruikt als waarop wij in Nederland het woord "vaars" gebruiken. Wij spreken bijvoorbeeld ook van jonge vaarzen, als men in het Engelse taalgebied spreekt van "young heifers". En wij spreken van een eerste kalfsvaars, als men in het Engelse taalgebied spreekt van "first calf heifer". En waar wij simpelweg bij eenjarige koeien ook wel spreken van pinken, of hokkelingen, spreken de Engelsen wel van yearlings. Net als bij ons lijkt ook in Engeland de benaming van deze jonge dieren te wijzigen op het moment dat zij dekrijp zijn gaan worden. In het Nederlands spreekt men dan soms al van "jonge vaarzen", en in het Engels spreekt men dan soms al van "young heifers".

Bij die pinken, waarbij er slechts sprake is van een insnoerende afsluiting ter hoogte van de overgang tussen het vestibulum en de vagina (het cingulum), kan net als bij de afwijking hymen imperforatum, sprake zijn van een bolvormige ophoping van bloed (haematocolpos) in de vagina met een doorsnee van vijf à tien centimeter. Dergelijk pinken kunnen flink staan te persen. Als men dit waarneemt bij een bepaalde pink, zal men die pink moeten laten behandelen door een veterinair. Dit omdat het een pijnlijke en soms zelfs levensbedreigende situatie voor het dier betekent. Als de vaginawand ten gevolge van een haematocolpos te veel gaat uitzetten, zal deze kunnen gaan scheuren. In dat geval zal het dier een buikvliesontsteking oplopen. En dat kan dan binnen zeer korte tijd fataal voor het dier aflopen.

Op de plaats van een ontbrekende of rudimentaire baarmoederhoorn kan bij dergelijke dieren ook een bolvormige ophoping van afgescheiden bloed (haematometra) blijken voor te komen. Dat bolvormig opgehoopte bloed kan bij een al te vluchtig onderzoek naar eventuele graviditeit, aanleiding zijn tot een fout-positieve constatering van graviditeit. Dit omdat het vóórkomen van fluctuatie in de uterus, een van de verschijnselen is waarop men let bij een dergelijk onderzoek. Het vocht van de haematometra, wat bij deze afwijking wordt gevoeld, bewerkstelligt namelijk een zelfde gewaarwording van fluctuatie als het geval is bij graviditeit.

Door de hoge erfelijkheidsgraad (h²) en de recessieve overerving van deze afwijking, en door het feit dat de betreffende dieren meestal onvruchtbaar zijn, zullen ze als vanzelfsprekend gemakkelijk negatief worden uitgeselecteerd. Voor de fokkerij zal men deze dieren niet moeten gaan gebruiken, ook al is er een geringe kans aanwezig dat men van dergelijk dieren toch nog levende nakomelingen krijgt. Dit om te voorkomen dat men daardoor deze afwijking nog meer in de veestapel zou kunnen gaan infokken.


Wilt u meer informatie over rundvee-inseminatie en de vruchtbaarheidsproblematiek? Klik dan HIER voor het openen van de site www.ybema.org