KLIK HIER VOOR INFORMATIE
OVER DE SITE

RUNDVEE-INSEMINATIE

EN VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN BIJ KOEIEN

CLICK HERE FOR
THE PARENT SITE
and SITE SEARCH


De penetratie van het geslachtsapparaat van de koe.

Om de koe te gaan insemineren, zal men het geslachtsapparaat van die koe, met de pistolet moeten gaan penetreren. Dat is gauw te doen. Maar haastige spoed is zelden goed. Want er zijn hierbij wel een aantal aspecten waarmee men rekening moet houden.

Voordat de eigenlijke inseminatie wordt uitgevoerd, zal men eerst de vulva schoon moeten vegen. Vooral het vestibulum vaginae moet worden ontdaan van faeces en van het glijmiddel wat er mogelijk op is terechtgekomen. Bij een intra-uteriene inseminatie is dit van nog groter belang dan bij een intra-cervicale inseminatie. Bij de laatst genoemde methode van insemineren brengt men het sperma met behulp van een speculum via de externe baarmoedermond slechts net tot in de cervix naar binnen toe. Terwijl men bij de intra-uteriene inseminatie-methode het sperma tot in de baarmoeder naar binnen brengt. De weerstand tegen besmettingen is in de baarmoeder veel minder groot, dan in de vagina en in de cervix.

Het afvegen van de vulva kan het meest handig plaatsvinden door middel van een tissue van zacht en onbedrukt papier. Dit is niet al te onaangenaam voor de koe, en het geeft minder milieuzorgen dan een pluk watten. Bovendien is het ook handig in gebruik. Want men kan dezelfde tissue eerst ook gebruiken voor het liften van de staart van de koe. Dat liften van de staart doet men met de hand die men op dat moment nog vrij heeft. Als men dat heeft gedaan kan men de tissue dubbel gaan vouwen, om er vervolgens de vulva van de koe mee af te vegen. Om deze daarna, na hem nogmaals te hebben dubbel gevouwen, in het onderste gedeelte van het vestibulum te plaatsen. Dit laatste met het doel om de labiae iets van elkaar te verwijderen.

De penetratie van het geslachtsapparaat kan aldus op een hygiënisch verantwoorde wijze plaatsvinden. Dat wil zeggen zonder dat men met de punt van de pistolet in aanraking komt met de labiae van de koe. Ook voorkomt men daarmee dat men accidenteel met de punt van de pistolet de clitoris van de koe aanprikt. Omdat dit orgaan heel veel zenuwuiteinden bevat, zou een dergelijke vergissing voor de koe erg ongenaam kunnen zijn. Als reactie daarop zouden door de koe de hormonen adrenaline en cortisol in de bloedbaan kunnen worden afgescheiden. Met als gevolg een verminderde kans op bevruchting. Zou men als veehouder, of als inseminator, het juist nodig vinden om de afgifte van het hormoon oxytocine bij de koe te stimuleren, dan is beroering van de clitoris hiertoe niet de goede methode. Voor stimulering van de afgifte van dit hormoon door de koe kan men beter de cornua uteri gaan strelen.

Als men met de pistolet de schede van de koe wil gaan penetreren, moet men goed opletten dat men niet de punt van de pistolet in de opening van de urinebuis (ostium urethrae externum) steekt. Want het zou voor de koe een pijnlijke ervaring kunnen worden als men met de pistolet de urethra penetreert. Ook kan dat leiden tot besmettingen van de blaas en de urinestreek. Met cystitis tot mogelijk gevolg. Om deze fout te voorkomen, voert men de pistolet schuin van onderen, langs de bovenrand van het vestibulum, de schede in. Onder een hoek van ongeveer 45 º met het grondoppervlak (in dorso-craniale richting). Op deze wijze voorkomt men doorgaans ook dat men met de punt van de pistolet in de blindzak van een slijmvliesplooi terecht komt. Deze slijmvliesplooi bevindt zich ventraal van het ostium urethrae externum in het vestibulum van de koe.

Is men op de scheiding van het vestibulum en de vagina de introïtus vaginae gepasseerd, dan is de penetratie van het inwendige geslachtsorgaan van de koe een feit. Bij pinken kan men in het grensgebied van de vulva en de vagina soms nog een hymen aantreffen. Maar normaliter merkt men daar niets (meer) van. De slijmvliesplooi waaruit het hymen bestaat, is bij de diersoort van de koeien meestal weinig opvallend aanwezig, in feite slechts een ring van hymenweefsel (hymenaalring). Is het hymen (ofwel het maagdenvlies) nog wel aanwezig, dan heeft men te maken met de afwijking die in zijn algemeenheid met de term "hymen persistens" wordt aangeduid. Bij deze afwijking kan men in veel gevallen bovenin het vestibulum wel een opening vinden, waardoor men toegang tot de vagina kan krijgen. Is dat niet het geval, dan heeft men met de afwijking te maken die met de term "hymen imperforatum" nader wordt aangeduid, en die gepaard gaat met een ophoping van afscheidingsproducten uit de uterus en de cervix in de vagina. Die afscheidingsproducten bestaan vaak voor een deel uit bloed. Door de aanwezigheid van het oude bloed zullen de opgehoopte afscheidingsproducten er, bij verbreking van het hymen, bruin verkleurd blijken uit te zien. Als tijdens het inseminatieproces de penetratie van de vagina niet blijkt te lukken en als men dan bij palpatie van de vagina een bolvormige opzwelling in de vagina gewaar wordt, zal men zo goed als zeker met een hymen imperforatum te maken blijken te hebben. Bij visuele inspectie van het hymen zal men in een dergelijk geval geen opening in het hymen gewaar worden, terwijl het hymen bovendien zal blijken te bomberen. Er is dan sprake van een bolvormige ophoping van bloed (haematocolpos) in de vagina, met een doorsnee van vijf à tien centimeter. Dergelijk pinken kunnen flink staan te persen. Als men dit waarneemt bij een bepaalde pink, zal men die pink moeten laten behandelen door een veterinair. Dit omdat het een pijnlijke en soms zelfs levensbedreigende situatie voor het dier betekent. Als de vaginawand ten gevolge van een haematocolpos te veel gaat uitzetten, zal deze kunnen gaan scheuren. In dat geval zal het dier een buikvliesontsteking oplopen. En dat kan dan binnen zeer korte tijd fataal voor het dier aflopen.


Wilt u meer informatie over rundvee-inseminatie en de vruchtbaarheidsproblematiek? Klik dan HIER voor het openen van de site www.ybema.org