RUNDVEE-INSEMINATIE

EN VRUCHTBAARHEIDSPROBLEMEN BIJ KOEIEN

CLICK HERE FOR THE PARENT HOMEPAGE


DE VEILIGHEIDSRISICO'S
Als men bij koeien kunstmatige inseminaties wil gaan uitvoeren, moet men zich er van bewust zijn dat er zich daarbij een aantal risico's voor de eigen veiligheid voordoen. Sommige van die risico's zijn beslist levensbedreigend. De andere risico's, die men nu eenmaal loopt bij het insemineren van koeien, zijn minder ernstig van aard. "Met die risico's valt te leven", zou men enigszins luchthartig kunnen zeggen.

HET SAMENSPEL TUSSEN DE VEEHOUDER EN DE INSEMINATOR
Op rundveehouderij-bedrijven waar de veehouder niet zelf de noodzakelijke inseminaties uitvoert, maar waar dit wordt gedaan door een professioneel inseminator zullen de bevruchtingsresultaten gemiddeld hoger zijn dan op bedrijven waar de veehouder dit zelf doet. Maar er moet dan wel sprake zijn van een goed samenspel tussen de veehouder en de inseminator.

DE KEUZE VOOR "DOE HET ZELF-K.I."
Doet men er als veehouder verstandig aan om de inseminaties door een professionele inseminator uit te laten voeren? Of is het als veehouder beter te gaan proberen, of men dit ook zelf kan doen? Is men vlug genoeg in staat om zich deze technische handeling aan te leren? En behaalt men dan als "doe het zelver-er" wel voldoend hoge bevruchtingsresultaten?

GESLACHTSRIJP VERSUS DEKRIJP
Wanneer wordt een jonge koe geslachtsrijp, en/of dekrijp? Tussen deze beide termen bestaat een wezenlijk verschil. In de praktijk komt het er op neer dat men een jonge koe slechts moet laten dekken, c.q. insemineren, als zij zowel geslachtsrijp als dekrijp is. En dus niet wanneer zij slechts geslachtsrijp is. En vanzelfsprekend al helemaal niet als zij ook niet eens geslachtsrijp is.

SPERMAKWALITEIT
Het sperma wat voor kunstmatige inseminatie wordt gewonnen, is niet altijd van even goede kwaliteit. De meeste stieren leveren sperma van normaal goede kwaliteit, maar er zijn ook stieren waarbij dit minder goed is. En van enkele stieren is de kwaliteit van het sperma zo goed, dat ze bekend staan als goed bevruchtende stieren. Buiten dit alles om, is ook de wijze van spermawinning van evident belang voor de spermakwaliteit.

BEVRUCHTEND VERMOGEN SPERMACEL
Als er op zeker moment sperma van goede kwaliteit van een bepaalde stier in de container van de inseminator aanwezig is, wil dat nog niet zeggen dat de spermacellen van evengoede kwaliteit zijn wanneer zij de, in de eileider aangekomen, eicel bereiken. Het bevruchtend vermogen van de spermacellen kan op dat moment, door verschillende oorzaken, sterk achteruit zijn gegaan.

HET ONTDOOIEN VAN RIETJES DIEPVRIESSPERMA.
Het ontdooien van rietjes diepvriessperma is een handeling die aan zeer specifieke voorwaarden dient te voldoen. Het ontdooimedium, zowel als de ontdooitemperatuur, als wel als de ontdooitijd, zijn hierbij met name van belang. Voor de dunne rietjes kan een kortere ontdooitijd worden aangehouden dan voor de dikkere rietjes.

DE GEBRUIKINGMAKING VAN VERS SPERMA.
In de wereld van de runder-k.i. wordt heden ten dage voor het uitvoeren van kunstmatige inseminaties over het algemeen gebruik gemaakt van sperma wat, ter conservering, is diepgevroren. Het sperma wat deze behandeling heeft ondergaan en wat in deze toestand (zonder enige vorm van onderbreking) wordt bewaard, kan zo lang zijn bevruchtend vermogen behouden, dat het gemakkelijk een mensenleven mee kan. Deze manier van werken heeft dus vrijwel altijd de voorkeur, maar soms verdient het toch de voorkeur om van vers sperma gebruik te maken.

DE "TUSSENTOCHT"
Bij de vruchtbaarheidsproblematiek van koeien is de tussentocht een lastig fenomeen. De schade die door dit fenomeen op veel bedrijven wordt veroorzaakt, moet niet worden onderschat. Veel onnodige inseminaties zijn het gevolg van het verschijnsel van "de tussentocht". En de vruchtbaarheid van de koeien wordt door die onnodige inseminaties direct geschaad.

DE "VOORTOCHT"
Voorafgaande aan de periode van staande tocht kan men bij een koe verschijnselen waarnemen, die typerend zijn voor de zogenaamde "voortocht". De kans op bevruchting is op dat moment, na inseminatie, nog zó gering dat men hiertoe normaliter dan nog niet moet overgaan. Pas tijdens de periode van staande tocht neemt de de kans op bevruchting voldoende toe, om hiertoe eventueel wel over te kunnen gaan.

DE "STAANDE TOCHT" VERSUS DE "ECHTE TOCHT"
"Een koe is een rund, maar niet ieder rund is een koe". Zo is ook iedere "staande tocht" een "echte tocht", maar niet iedere "echte tocht" is een "staande tocht". Aan de "tochtigheid" van de koe hoeft in beide gevallen echter niet te worden getwijfeld. De koe is dan zeer zeker wel tochtig (bronstig, in estrus).

DE "NATOCHT"
Na afloop van de periode van staande tocht is er in de cyclus van de koe een periode die men de "natocht" noemt. De vruchtbaarheid van de koe is met name in de eerste helft van deze periode van natocht relatief groot. Dit in tegenstelling tot het feit dat de tochtigheidsverschijnselen dan reeds veel minder duidelijk aanwezig zijn.

DE "STILLE TOCHT"
Tochtige koeien die geen tochtigheidsverschijnselen vertonen en tochtige koeien waarbij de tochtigheidsverschijnselen niet worden waargenomen, worden stil-tochtige koeien genoemd. Voor een veehouder wordt het missen van een tocht bij een van zijn koeien, als vervelend beschouwd. Maar koeien die op zeker moment stil-tochtig zijn, zijn op dat moment niet altijd even goed vruchtbaar.

DE ACHTERWEGE BLIJVENDE TOCHT
In ongeveer twintig procent van de gevallen waarin er geen tocht wordt waargenomen bij een koe die tochtig zou moeten worden, is er ook werkelijk sprake van het achterwege blijven van tocht bij die koe. Die koeien zijn niet stil tochtig, maar daarentegen juist in het geheel niet tochtig. Als veehouder zal men deze koeien beslist niet tochtig zien, hoe goed men in het algemeen ook zijn best doet op de tochtigheidswaarneming.

DE STAREFLEX
Als een koe "stareflex" vertoont heeft men te maken met het meest duidelijke tochtigheidssignaal dat men maar kan waarnemen. Doorgaans is het goed verantwoord om alleen op basis van de waarneming van stareflex bij een koe, te besluiten dat die koe tochtig is. Maar vanzelfsprekend moet men er dan wel zeker van zijn dat men werkelijk stareflex bij die koe heeft waargenomen. En dat die koe niet om een andere reden, na bespringing door een andere koe, is blijven staan.

HET TOCHTSLIJM
Als er van een koe een "draad" tochtslijm afloopt, heeft men een duidelijk signaal dat die koe tochtig is. Van "tochtslijm" kan men draden trekken, daarom spreekt men van dradentrekkend slijm. Als dat tochtslijm ook nog mooi helder is, lijkt men een goede kans te hebben dat die koe na inseminatie drachtig wordt. Toch valt dit nogal eens tegen.

KOE DIE DE NIET-TOCHTIGE KOEIEN BESPRINGT
Als de niet-tochtige koeien uit een koppel koeien herhaaldelijk door een bepaalde koe worden besprongen, is die bepaalde koe tochtig, tenminste voorzover die koe duidelijk niet nymphomaan is. Rekening houdende met de hiervoor genoemde beperkende voorwaarde is ook dit verschijnsel een zeer betrouwbaar tochtigheidssignaal.

HET KNIPOGEN
"Als een koe knipoogt is zij bronstig", hoort men een veehouder wel zeggen. Dat klinkt dan nogal ongeloofwaardig. Dit soort subtiele loksignalen als "knipogen" is toch slechts aan de mensen voorbehouden, denkt men dan. Toch blijkt een dergelijke veehouder daar in zekere zin wel gelijk aan te kunnen hebben.

DE AANBLIK VAN DE GESLACHTSORGANEN
Is het mogelijk om alleen aan de hand van het uiterlijk aanzien van de geslachtsorganen van koeien te kunnen vaststellen dat die koeien tochtig zijn? Is eventueel de aanblik van de vulva van belang om die beoordeling te kunnen maken? Of is het aspect van het slijmvlies van de schede, of het slijmvles van de voorhof van de schede, wat dat betreft van belang?

DE CONFRONTATIE MET AFWIJKINGEN
Bij situaties waarin men als inseminator geconfronteerd wordt met onverwachte bijzonderheden aan het geslachtsapparaat van de koe, moet men in korte tijd kunnen beoordelen wat er precies aan de hand is. De met de volgende link te openen lijst van geconstateerde bijzonderheden, kan daarbij een nuttige leiddraad zijn.

SUBTIELE TOCHTVERSCHIJNSELEN
Sommige tochtverschijnselen zijn niet mis te duiden. Die tochtverschijnselen zullen eigenlijk maar voor een uitleg vatbaar kunnen zijn, en wel dat de betreffende koe tochtig is. Maar andere "tochtverschijnselen", die bij de koe kunnen worden waargenomen, zullen met veel minder grote zekerheid op tochtigheid bij de koe wijzen. Die laatste verschijnselen noemt men de subtiele tochtverschijnselen.

UIT TE VOEREN VERIFICATIES
Voorafgaande aan, maar ook tijdens het uitvoeren van de handeling zelf die uiteindelijk tot het insemineren van de koe zal kunnen gaan leiden, dient men een aantal verificaties uit te voeren. Die verificaties hebben niet alleen tot doel om te bereiken dat de juiste koe met het juiste sperma zal worden geïnsemineerd, maar bovendien om te bereiken dat de kans groot is dat de koe ook werkelijk van de betreffende inseminatie drachtig zal gaan worden.

DE MANIPULATIE
Wil men door middel van kunstmatige inseminatie een zo goed mogelijk bevruchtingsresultaat bereiken, dan zal men het sperma door de baarmoederhals van de koe heen, moeten inbrengen. Dat is geen sinecure, omdat de baarmoederhals juist als functie heeft om zorg te dragen voor afsluiting van de baarmoeder. Om dat toch te kunnen realiseren, is het nodig om de baarmoederhals over de pistolet heen te manipuleren. Deze manipulatie vindt vanuit het rectum plaats.

DE PENETRATIE
Om de inseminatie te realiseren, zal men op zeker moment het sperma in de pistolet hebben gedaan. Vervolgens staat men op het punt om met de pistolet de penetratie van de vagina van de koe te gaan uitvoeren. Op dat moment moet men er goed op letten dat men dit wel op een verantwoorde wijze doet. Dat wil in dit geval onder andere zeggen, dat men hygiënisch zal moeten trachten te werken. En dat wil ook zeggen dat men het zo moet doen, dat het niet pijnlijk voor de koe is. En dat de koe er geen gezondheidsproblemen door oploopt.

DE PASSAGE
Als het sperma tot in het baarmoederlichaam van de koe moet worden in gebracht, zal eerst de passage van zowel de vagina, als wel van de cervix van de koe moeten worden uitgevoerd. Deze handeling is vrij moeilijk aan te leren. En zij kan grote problemen opleveren als zij niet op de juiste manier wordt uitgevoerd. De hand waarmee men de pistolet bedient, moet daarbij een vrij inactieve rol spelen. Juist de andere hand, namelijk de hand die de cervix omvat, moet daarbij het meest actief zijn.

BLOKKADES TIJDENS HET UITVOEREN VAN EEN INSEMINATIE
Tijdens het uitvoeren van een inseminatie wordt men soms door een obstructie, of een al dan niet aangeboren afwijking, belemmerd in de normale doorgang door het geslachtsapparaat van de koe. Een dergelijke probleem kan zich direct achteraan in het geslachtsapparaat van de koe voordoen, maar evengoed meer naar voren. In het overzicht dat men via deze link kan benaderen, wordt op summiere wijze duidelijk gemaakt waar deze blokkades zoal uit kunnen bestaan.

VERWONDINGEN
Tijdens het uitvoeren van kunstmatige inseminaties wordt men als inseminator ook geconfronteerd met verwondingen aan het geslachtsapparaat van de koe. Die verwondingen zijn voor een belangrijk deel onstaan bij de verlossing van de koe, tijdens het geboorteproces van het kalf. Voor een ander deel worden die verwondingen onopzettelijk toegebracht door de inseminator bij de uitvoering van een inseminatie, of door de dierenarts bij de uitvoering van een veterinaire behandeling.

HET GOEDE GEVOEL
Als inseminator heeft men niet altijd het goede gevoel voor het inseminatiewerk. Als inseminator blijkt men nogal afhankelijk te zijn van het gevoel wat men op zekere dag voor zijn werk heeft. De ene dag heeft men dat nu eenmaal meer dan de andere dag. De grote vraag is hoe dat dan toch komt.

SCORINGSKANSEN
Niet alle inseminaties leiden tot een bevruchting. Een breed spectrum aan oorzaken kan aan de basis daarvan liggen. Maar er is ook een oorzaak die te maken heeft met de psyche van degene die de inseminaties uitvoert. De ene keer "scoort" men nu eenmaal beter dan de andere keer. De grote vraag is hoe dat dan toch komt.

STIMULATIE
Als men vanuit de endeldarm van de koe de baarmoederhoornen van die koe gaat strelen, bereikt men doorgaans dat er een hormoon door de hypofyse wordt vrijgemaakt wat zorgt voor de toeschietreflex. Dit hormoon, wat door de hypothalamus wordt geproduceerd, wordt oxytocine genoemd. Als inseminator kan men door het stimuleren van de afgifte van oxytocine, de inseminatie van de koe trachten te vereenvoudigen en de vruchtbaarheid van de koe trachten te bevorderen.

STRESS
Als er sprake is van stress bij de inseminator, zal dit zich over het algemeen vertalen in lagere bevruchtingsresultaten. De inseminaties zullen dan allicht niet allemaal even perfect worden uitgevoerd. Dat is duidelijk! Maar er kan ook sprake zijn van stress bij de koe die men aan het insemineren is. De kans dat een gestresste koe drachtig wordt van de betreffende inseminatie, is om verschillende redenen beslist lager.

VERWIJDING BIJ EEN MOEILIJKE PASSAGE
De passage van de baarmoederhals bij een tochtige koe slaagt niet altijd. Dat is ook niet een groot probleem. Maar in bepaalde gevallen is dat wel nodig. En dan met name bij die pinken die in een ruime lichamelijke conditie verkeren, en die steeds op het juiste moment, goed tochtig zijn. Maar die ook iedere keer opnieuw niet drachtig blijken te zijn geworden van de inseminatie. Verwijding van de binnenkant van de cervix kan dan vaak uitkomst bieden.

OMBUIGEN VAN DE CERVIX TIJDENS DE INSEMINATIE.
Sommige inseminatoren buigen tijdens de inseminatie de cervix naar rechts, c.q. naar links om. De Non-Returncijfers van die inseminatoren lijken daardoor niet slechter te worden. Door de kleinere kans op verwonding van het septum zou deze wijze van insemineren wel eens aanbevelingswaardig kunnen zijn.

GEBOORTE VAN EEN MERKWAARDIGE TWEELING
Als er bij een veehouder een merkwaardige tweeling-geboorte blijkt te hebben plaatsgevonden, wil men dat als inseminator graag kunnen verklaren. Maar soms is dat een lastige zaak. Wanneer het eerste kalf dat geboren wordt, een voldragen dood kalf blijkt te zijn. En het andere een onvoldragen levend kalf, is die verklaring nog niet zo eenvoudig.

DE KWESTIE VAN DE "ZELFBEVRUCHTERS"
Iedere inseminator krijgt er wel eens mee te maken. Namelijk koeien die reeds overduidelijk drachtig blijken te zijn. Maar die dat eigenlijk niet kunnen zijn. Dit omdat ze niet gedekt, noch geïnsemineerd zijn. Een van de dierenartsen noemt ze zelfbevruchters. Hij gaat daarmee deze netelige kwestie uit de weg.

BLAZIGE KOEIEN ZIJN STERK VERMINDERD VRUCHTBAAR
Wanneer er meerdere kleine, met vocht gevulde, holtes in de eierstok van een koe voorkomen, is er sprake van hormonale afwijkingen bij die koe waardoor die koe sterk verminderd vruchtbaar is. De eiblaasjes rijpen dan niet, of erg onregelmatig, af. De eisprong is dan verstoord en de vruchtbaarheidscyclus is dan ook niet op orde.

OORZAAK TOENEMEND AANTAL NYMPHOMANE KOEIEN
Als er binnen een kudde koeien een nymphomane koe aanwezig is, ziet men een aantal maanden later vaak dat er meer koeien nymphomaan zijn. Er is dan veel springactiviteit in de stal. De koeien lijken goed tochtig te worden. Maar de bevruchtingsresultaten blijken erg tegen te vallen. Wat is er aan de hand?

EEN VAN DE OORZAKEN VAN TEGENVALLENDE BEVRUCHTINGSRESULTATEN
Op veehouderijbedrijven met een zeer kundig management, vallen de bevruchtingsresultaten vaak tegen. Hoe meer de veehouders hun best doen op de tochtigheidswaarneming, hoe lager de bevruchtingsresultaten dikwijls zijn. De grote vraag is, of er een oorzaak is aan te wijzen die daartoe in belangrijke mate zou kunnen bijdragen

DE JONGVEEOPFOK
"De ketting breekt bij de zwakste schakel". "Dat is een waarheid als een koe". Als bij koeien het erfelijk niveau voor melkproductie relatief laag is, dan zal dat de zwakke schakel zijn in de voorwaarden die moeten leiden tot een hoge productie van de koeien. Dit geldt in niet mindere mate voor de voeding en de opfok van het vee. Wat de jongvee-opfok betreft, is er eigenlijk opvallend weinig uniformiteit tussen de bedrijven onderling. Is dit dan momenteel "de zwakste schakel" op veel van de rundveehouderijbedrijven?

KOEIEN HEBBEN SOMS SLECHTS ÉÉN ENKELE UITSCHEIDINGSOPENING
Bij sommige dierensoorten is er geen aparte uitscheidingsopening aanwezig voor de ontlastingsproducten. Normaliter hebben koeien dat beslist wel. Maar soms wordt er een kalf geboren waarbij de aarsopening in het geheel ontbreekt. En in andere gevallen mondt de aarsopening uit in de geboorteweg. Er is in die gevallen slechts één enkele uitscheidingsopening aanwezig voor urine, ontlasting en genitale afscheidingen.

DE VERSPERDE INGANG VAN DE VAGINA
Soms doet zich de situatie voor dat de ingang tot de vagina van de koe geheel of gedeeltelijk is afgesloten door een intact biologisch membraan. Een dergelijk membraan (vlies) op die bewuste plaats in het geslachtsapparaat van de koe wordt hymen (ofwel maagdenvlies) genoemd. Dit vlies kan niet alleen bij het uitvoeren van een inseminatie van een koe voor problemen zorgen, maar het kan ook de gezondheid van de koe schade toebrengen.

EEN GEZWEL TUSSEN DE VULVALIPPEN?
De inseminatie van de koe kan worden belemmerd doordat er een min of meer bolvormige uitstulping tussen de schaamlippen van de koe aanwezig is. Net als bij mensen kunnen ook bij koeien goedaardige of kwaadaardige gezwellen voorkomen. Maar vaak is er bij het ontdekken van een dergelijke uitstulping in het vestibulum van de koe iets anders aan de hand.

DOOR WHITE-HEIFER-DISEASE EEN AFWIJKEND GESLACHTSAPPARAAT
Soms is de ingang van de vagina niet door een hymen versperd, maar juist door insnoering van de omliggende weefsels. Dat kan vóórkomen bij de genetische afwijking met de naam White Heifer Disease, ofwel Witte Vaarzenziekte. De cervix en de uterus zijn bij deze afwijking meestal deels ook aberrant. Echter de vulva, het vestibulum en de ovaria niet. Dergelijke dieren kunnen dan ook normaal tochtig worden, maar ze zijn meestal niet fertiel.

HET ONTBREKEN VAN HET GESLACHTSAPPARAAT BIJ EEN PINK
Het komt ook voor dat men bij de pink die men wil gaan insemineren, niet alleen geen cervix en geen uterus kan vinden, maar zelfs geen normaal aangelegde ovaria. Men heeft dan te maken met een interseksueel dier. De inseminatie kan dan achterwege blijven, want de betreffende pink is in die omstandigheid beslist steriel. Een dergelijk interseksueel dier wordt ook wel een intersekse (of intersexe) genoemd. Maar in de veehouderij spreekt men in dit specifieke geval van een kwee, of van een kween.

EEN PINK MET EEN NIET TOT ONTWIKKELING GEKOMEN BAARMOEDER
Het kan ook gebeuren dat men bij een pink, die men wil gaan insemineren, onterecht in de veronderstelling komt dat het haar schort aan een baarmoeder. In eerste instantie zal men dan dus de indruk kunnen krijgen dat er bij die pink de baarmoeder ontbreekt. Maar bij nader onderzoek blijkt in een dergelijk geval de baarmoeder opmerkelijk klein te zijn. In zulke gevallen kan men wel gemakkelijk de baarmoederhals vinden, hoewel die dan ook kleiner is dan normaliter het geval is.

EEN VREEMD OBJECT IN HET GESLACHTSAPPARAAT VAN DE KOE
Op het moment dat men als inseminator op het punt staat om een inseminatie bij een koe uit te voeren, ontdekt men in het geslachtsapparaat van die koe soms een object dat daar niet hoort te zitten, of dat daar niet hoort te blijven zitten. Een dergelijk vreemd object zal voorzover mogelijk uit het geslachtsapparaat dienen te worden verwijderd. Dit zal dan echter wel op een hygiënisch en ethisch verantwoorde manier dienen te gebeuren.

URINE IN DE SCHEDE VAN DE KOE
Voor de vruchtbaarheid van een koe is het een slechte zaak als er zich in haar schede urine bevindt. Als een dergelijke koe op natuurlijke wijze door een stier wordt gedekt, is de kans op bevruchting minimaal. Bij toepassing van kunstmatige inseminatie is de kans op bevruchting duidelijk veel groter. Met name wanneer de juiste voorzorgsmaatregelen worden getroffen, en wanneer bij de keuze van de toe te passen inseminatietechniek rekening wordt gehouden met deze functionele afwijking van het geslachtsapparaat van de koe.

LUCHT IN DE SCHEDE VAN DE KOE
Een inseminatie van een koe kan ernstig worden belemmerd door lucht die in de schede van die koe is binnengedrongen en die de vagina van die koe ballonvormig heeft doen uitzetten. Om toch de inseminatie te kunnen doen slagen, zal men eerst vanuit de endeldarm de lucht uit de vagina van die koe moeten zien weg te persen.

HET AFBLOEDEN VAN KOEIEN
Na de tochtigheid zal een koe gaan afbloeden. Dit verschijnsel is zo normaal, dat een veehouder daar doorgaans niet al teveel aandacht aan zal schenken. Toch kan dit verschijnsel beslist wel nuttige informatie opleveren over het verloop van de cyclus van de koe. En het blijkt dat een verkeerde interpretatie van dit verschijnsel nogal eens aanleiding is tot misverstanden.

UITVLOEIING VAN EEN NIET-BLOEDERIGE RODE SUBSTANTIE
Wanneer men bij een koe waarneemt dat er uitvloeiing plaatsvindt van een vloeibare donkerrode substantie, is er niet in alle gevallen sprake van de uitvloeiing van bloed. De kleur van bloed varieert van helrood tot donkerrood. Dus het ligt voor de hand dat men bij uitvloeiing van enig donkerrood vocht in eerste instantie aan de uitvloeiing van bloed zal gaan denken.

OVERIGE ABNORMALE VAGINALE UITVLOEIING BIJ KOEIEN
Als veehouder, maar ook als inseminator, zal men redelijk vaak geconfronteerd worden met een koe waarbij de uitvloeiing uit de schede er abnormaal uitziet. Aan dit aspect zal men dan beslist niet achteloos voorbij dienen te gaan. Voor een veehouder is het van groot belang om te weten in welke gevallen hij een dierenarts voor een dergelijke koe dient te consulteren, en in welke gevallen dat niet echt noodzakelijk is.

DE CONTROLE OP "WITVUILEN"
Bij het uitvoeren van een inseminatie dient de inseminator er op te letten of er bij de betreffende koe ook sprake is van witvuilen. Doet dat probleem zich bij die koe voor, dan is die koe verminderd vruchtbaar. De veehouder moet dan over dat feit worden ingelicht, maar de inseminatie wordt dan doorgaans wel uitgevoerd.

DUBBELE BAARMOEDERHALS
Koeien die niet over één baarmoederhalskanaal, maar daarentegen over twee baarmoederhalskanalen beschikken, kunnen als gevolg van dat feit weleens minder goed drachtig worden. Tenminste voorzover dat feit tijdens het insemineren van de koe niet is opgemerkt. Deze aangeboren afwijking komt in verschillende gradaties voor. En zij staat bekend onder de naam "dubbele cervix". Vrij regelmatig dekt echter, spreekwoordelijk gesproken, de naam niet werkelijk de lading van het schip.

HET AFTASTEN VAN DE EIERSTOKKEN
Om iets meer te weten te komen over het stadium van de bronstcyclus waarin een koe zich op zeker moment bevindt, zal men geneigd kunnen zijn om de eierstokken van die te koe te gaan aftasten. Aan de hand van de structuren die zich hier op bevinden, zou men hier een goed oordeel over kunnen gaan vormen. En aan de hand daarvan zou men ook een indruk over de mate van vruchtbaarheid en over de eventuele drachtigheid van de koe kunnen gaan krijgen.

WANNEER INSEMINEREN TIJDENS DE BRONST?
Het meest gewenste tijdstip van inseminatie tijdens de tochtigheidsperiode van de koe is per koe en per tochtigheidsperiode van de koe verschillend. Voor de juiste inschatting hiervan zijn wel enige algemene aanwijzingen te geven. Maar aan de hand van de waargenomen tochtverschijnselen bij de koe, tijdens de huidige en de voorgaande tochtigheidsperiodes, zal een veehouder deze zelf zo goed mogelijk moeten bepalen.

WANNEER INSEMINEREN NA HET AFKALVEN?
De meest gewenste tijdsduur tussen afkalven en eerste inseminatie wordt aan de hand van bedrijfseconomische berekeningen vastgesteld. Hieruit blijkt dat deze tijdsduur voor iedere koe verschillend is en dat deze nogal sterk afhangt van de gerealiseerde en de te verwachten productie van de koe, in de van toepassing zijnde periode. Hoe hoger die productie is, hoe langer die tijdsduur over het algemeen zal kunnen zijn.

BEKIJK HET UIERBLAD VAN DE TE INSEMINEREN PINK
Als men op het punt staat om een pink te gaan insemineren, zal men wel even een blik moeten werpen op haar uierblad. Bij een pink die geïnsemineerd moet worden, zal het uierblad er meestal slap en vormloos uitzien. Is dat duidelijk niet het geval, dan zal men zich eerst terdege moeten realiseren wat er mogelijk met die pink aan de hand kan zijn.

LET OP DE LIGGING EN DE VORM VAN DE BAARMOEDER
Om te kunnen beoordelen of een inseminatie bij een koe genoeg zin heeft, zal men kunnen letten op de wijze waarop de baarmoeder van die koe er bij ligt . Treft men een diepliggende, uitgestrekte niet-symmetrische en platte baarmoeder in het bekken van de koe aan, dan zal de inseminatie idealiter achterwege dienen te blijven.

ALS ER ETTER IN DE AFGESLOTEN BAARMOEDER AANWEZIG IS
Als er etter in de afgesloten baarmoeder van een koe blijkt te zijn opgehoopt, zal die koe niet tochtig worden. Fysiologisch reageert de koe op die situatie als ware zij drachtig. Zolang die situatie voortduurt, zal de betreffende koe niet tochtig kunnen worden. Pas wanneer de baarmoederhals haar afsluitende functie in deze situatie kwijt raakt, zal het herstel zich kunnen gaan inzetten.

TOCHTIGHEIDSVERSCHIJNSELEN BIJ GUSTE KOEIEN
Het is niet gemakkelijk om aan de hand van de uiterlijk vertoonde verschijnselen van een koe met zekerheid te kunnen zeggen of die koe tochtig is. Tochtigheidsverschijnselen zijn moeilijk als zodanig te interpreteren. Daarom is het belangrijk om goed te weten te komen hoe men de verschijnselen, die men bij een koe waarneemt, zal moeten beoordelen.

TOCHTIGHEIDSVERSCHIJNSELEN BIJ DRACHTIGE KOEIEN?
Vreemd genoeg worden ook bij drachtige koeien soms tochtigheidsverschijnselen waargenomen. Dit feit is voor de veehouder zo verwarrend, dat het de oorzaak is van een flink deel van de onnodige en/of schadelijke inseminaties bij koeien, die altijd wel weer blijken plaats te vinden.

DE VERWARRING RONDOM EEN ABORTUS BIJ EEN KOE
Bij koeien waarvoor een inseminatie is aangevraagd, blijkt soms sprake te zijn van een abortus (een voortijdige vruchtafdrijving). Soms heeft die abortus op het tijdstip waarop de inseminatie zou worden verricht, al reeds plaatsgevonden. Maar soms staat het dier juist op dat moment ook nog wel op het punt van aborteren. De vraag is vanzelfsprekend: "Waarom wordt er door de veehouder voor een dergelijk dier überhaupt een inseminatie aangevraagd?"

DE CRITERIA VOOR DRACHTIGHEIDSONDERZOEK
Drachtige koeien vertonen soms tochtigheidsverschijnselen. Daarom moet een inseminator soms een drachtigheidsonderzoek gaan uitvoeren, voordat hij een inseminatie gaat verrichten bij koeien die mogelijk drachtig zouden kunnen zijn. Een inseminator zal op speciaal verzoek van de veehouder, ook voor willekeurig iedere andere koe een diagnose betreffende de drachtigheid van een koe kunnen gaan stellen. Voor het stellen van de drachtigheidsdiagnoses, staan de inseminator verschillende criteria ter beschikking.

HET INSCHATTEN VAN DE DUUR VAN DE DRACHTIGHEID
Sinds de tijd dat inseminatoren en dierenartsen de beschikking hebben gekregen over apparatuur om de inhoud van de baarmoeder van een koe op een beeldscherm te kunnen aanschouwen, is er veel minder vaak behoefte aan om de duur van de drachtigheid van de koeien te gaan inschatten door palpatie van het geslachtsapparaat in het bekken van de koe. Als men echter op zeker moment niet de beschikking heeft over een ultrasound scanapparaat, is het handig om te weten hoe men de drachtigheidsduur van de koe bij benadering toch te weten kan komen door bovengenoemde palpatie.

SCHEMA VOOR HET INSCHATTEN VAN DE DUUR VAN DE DRACHTIGHEID
In de verdiepende informatie van het bovenstaande item, die via een link in dat item is te bereiken, is een schema met criteria voor het inschatten van de duur van de drachtigheid opgenomen. Via een tekstuele hyperlink in de pagina met die informatie, kan dat criteria-schema paginabreed worden weergegeven. Om dat betreffende criteria-schema echter direct vanuit deze hoofdpagina te openen, kan men ook op de link klikken die in het onderhavige item is geplaatst. Ook kan men daartoe klikken op de link in het linkerframe met de aanduiding: "Criteria-schema voor de duur van de dracht".

DE GESLACHTSVERHOUDING TUSSEN DE KALVEREN BIJ DE GEBOORTE
Veehouders willen over het algemeen het liefst dat er van hun beste koeien, koekalveren worden geboren. Door van gesekst sperma gebruik te maken kan men daar als veehouder enige invloed op uitoefenen. Maar gesekst sperma is nog niet van alle fokstieren beschikbaar en bovendien heeft gebruikmaking van gesekst sperma zo zijn nadelen. Daarom is het niet zo vreemd dat veehouders gaan zoeken naar andere manieren om de sekse-ratio van de kalveren te beïnvloeden.



banner met tekst over ARTIFICIAL COW INSEMINATION

ENIGE ANDERE SITES VAN DEZELFDE WEBMASTER EN AUTEUR:


Gezondheidsadviezen

Column-achtige verhalen

Verkleedkleren voor kinderen


VERDER NOG EEN WEBPAGE VOOR DE HUUR VAN VERKLEEDKOSTUUMS EN ACCESSOIRES:


Voor de bisschop van Myra, plus zijn Pietermannen. En voor Santa Claus